1 mei 2019 Life coaching Maak kennis met 12

Life coach word je niet over één nacht ijs. Ik niet in elk geval. Voor mij is het de optelsom van de gebeurtenissen in mijn leven. Gebeurtenissen die mij hebben gebroken, maar ook hebben gemaakt. Gebeurtenissen die ervoor hebben gezorgd dat ik mijzelf ben kwijtgeraakt. Op een dag sta ik zelfs huilend in de kroeg. Ik ben er in dat moment vast van overtuigd dat er niks aan mij deugt. Dat ik het allemaal verkeerd doe. Ik realiseer mij dat ik mijzelf waardeloos vind en kom tot de schokkende conclusie: Ik ben mijn innerlijke krachtbron kwijt.

Die bron ben ik al tijden geleden kwijtgeraakt. Het is 18 november 2007, een mooie winterdag om een wandeling te maken. In het Noorderplantsoen loop ik op mijn gemak, maar steeds meer oudere echtparen en bejaarden halen me in. Eerst maken we daar nog grapjes over. Maar stap voor stap loop ik langzamer, schuifel ik voort, tot het niet langer gaat: ik zak door mijn benen. Ik raak letterlijk en figuurlijk verlamd.

De neuroloog is er al snel uit. Alle onderzoeken wijzen uit dat mij fysiek niets mankeert. In dat soort gevallen ligt de oorzaak meestal bij een trauma uit het verleden, posttraumatische stress. Of ik me daarin herken. Ja, zeg ik, terwijl ik de verbittering in me op voel komen en mijn tranen weg slik. Wat de neuroloog verder te zeggen heeft ontgaat me.

Thuis denk ik na over hoe ik nu verder moet. In feite is er niets dat mij ervan weerhoudt om te lopen. De enige die in de weg staat, ben ikzelf en daarmee kan ik aan de slag. Ik ben de regisseur van mijn eigen revalidatie: ik neem een fysiotherapeut in de arm en een psycholoog. Mijn behandelaars volgen mij vol bewondering en verbazing: de meeste patiënten kiezen niet voor dit pad. Ik leer mezelf opnieuw kennen. Ik trek een beerput open, waar een enorme lading shit onder blijkt te zitten. Niet alleen een trauma, maar ook de nodige overtuigingen.

Dat ik niet voldoe.

Dat ik er niet mag zijn.

Dat niemand op mij zit te wachten.

Mijn behandeling is gericht op leren leven met, maar ik wil meer dan alleen overleven. Beth Hart zingt me vanaf haar album toe: “I don’t wanna survive, I wanna live”. Ik grijp elke kans aan om het beter voor mezelf te maken. Stap voor stap leer ik weer lopen en ik ga zorgen voor mezelf.

Dat is lastig, want hoe zorg je voor jezelf als je jezelf niet de moeite waard vindt? Ik denk lang over wat mij wel de moeite waard maakt. Ik kan me alleen maar diskwalificaties bedenken: ik ben stom, ik faal, ik ben onzeker. Oké, ik werk hard, maar dat zou ook niet anders moeten zijn!

Tot ik me bedenk dat ik bovenal creatief ben. Dat vind ik oprecht van mezelf en ik vind het een positieve eigenschap. Het is ook iets dat nooit iemand heeft tegengesproken. Creatief, dat is mijn weerwoord op alles. Ik ben geen goede vriendin, maar ik ben wel creatief. Die mensen zullen slecht over me denken, maar ik ben wel creatief. Hoe vaker ik het zeg – ik ben creatief –  hoe meer ik ervan overtuigd raak. Dit is mijn kracht. Dit mantra – ik ben creatief – opent de deur voor meer positiviteit. Want ik ontdek dat ik niet alleen creatief ben, ik ben ook grappig, origineel, lief, empathisch.

Het is een start.

Het is een traject met vele ups, maar ook met downs. Ik had weer leren lopen, maar naar maanden beginnen mijn benen als een gek te trillen. Angst bekruipt mij en ik ga terug naar de neuroloog om te vragen of er toch echt niet iets mis is met mijn lichaam. Ik heb nog nooit zoveel ondiplomatieke verbazing bij een arts gezien: “maar je loopt zo mijn kantoor binnen!” Ik heb destijds maar de helft van het slechte nieuws gehoord. De verwachting was dat ik nooit meer zou kunnen lopen. Langzaam dringt de onwaarschijnlijkheid van mijn herstel tot me door. Maar ik laat mij niet terug naar mijn hok, naar mijn rolstoel sturen. Als ik één keer zo’n prestatie kan leveren, kan ik het een tweede keer.

Dus ga ik verder met de training van mijn lichaam en mijn eigenwaarde. Bijvoorbeeld door voor de spiegel te staan en aardige dingen tegen mezelf te zeggen. Ik begin met: ik ben oké. Lekker neutraal. Bovendien meen ik er geen bal van, maar na een tijd bezinkt de boodschap wel. Dit kan ik uitbouwen in de loop van weken, maanden, jaren. Dus er volgt meer: ik ben oké. Ik ben creatief (zo ver waren we al). Ik heb mooie schouders (nu geforceerd niet kijken naar wat er allemaal niet deugt. Dat hoofd alleen al!). Ik heb veel liefde te geven (nu nog aan mezelf). Ik ben oké. Ik heb vandaag een leuk gesprek gevoerd. Ik kan goed met mijn handen werken. Ik ben niet kapot te krijgen. Ik ben een doorzetter. Mijn rondingen zijn best mooi. Ik heb vandaag goed voor mezelf gezorgd. Ik vind mezelf echt oké. Ik ben mooi. Ik ben onbeperkt.

Ik herontdek eigenschappen die al jaren leken verdwenen: ik ben nieuwsgierig, ik houd van mensen, ik ben speels. Intuïtief grijp ik ook naar lichtere kleuren, want mijn pijn en gemoed zijn lichter. Ik wil de wereld weer met open armen tegemoet treden en dat kan ik niet in het zwart. Ik besluit in het licht te treden.

Ik besluit nog meer: schaamte kent geen plek meer in mijn leven. Want wat is schaamte een slechte raadgever. Het zegt als geen ander dat ik het niet goed doe, dat ik niet voldoe en dat beter terug naar mijn hok kan gaan. Nee dank je. Laten we bij deze afspreken schaamte uit het raam te gooien.

Ja, er zijn tussendoor downs, ik sta huilend in de kroeg mezelf waardeloos te voelen. Maar er zijn vooral heel veel ups. Bijvoorbeeld als mijn vriend op zijn twee knieën voor me zit en me vragend aankijkt. Hij heeft altijd geroepen: “We trouwen pas als het goed gaat”. Niet omdat hij alleen in goede en niet slechte tijden bij me wil zijn, maar omdat onze relatie het waard is om onze successen te vieren. Niet trouwen uit angst en ellende, maar uit trots, liefde en al het mooie in het leven. Ik zeg volmondig ja.

Al die ups doorvoel ik als nooit tevoren tijdens de Marikenloop, 5 jaar na die wandeling in het park waar ik verlamd raakte. Ik ren over de straat. Om mij heen rennen andere vrouwen. In de verte zie ik de finish. Nog 50 meter. Het is een wedstrijd die ik niet kan verliezen. De lach op mijn gezicht zegt me dat ik het ga halen. Nog tien meter, nog tien stappen. Een lamme die 5 km in 35 minuten loopt. Lachen, huilen, overwinnen, ik voel me zo vervuld. Want ik weet met de stap die ik over de finish zet, dat tot alles in staat ben. Ik ben onbeperkt.

Het was een lange weg. Ik heb hard gewerkt. En het is me gelukt: mijn innerlijke krachtbron straalt als nooit tevoren.

Pas in mijn opleiding tot coach herken ik de technieken die ik intuïtief op mezelf heb toegepast. Spiegelwerk, het ontmaskeren van mijn innerlijke criticus, het ombuigen van gedachten. Ik zie nu in dat ik al die tijd mijn eigen life coach ben geweest. Is het niet juist mijn creativiteit die dat mogelijk heeft gemaakt? Want niet horen dat je nooit meer kunt lopen, maar horen dat er een mogelijkheid is om weer op te staan. Dat is het ultieme omdenken! Het is oplossingsgericht werken en de aangenomen realiteit vanuit een volstrekt andere hoek bekijken. En is het niet mijn creatieve blik die zag dat innerlijk en uiterlijk, lichaam en geest, kleur en persoonlijke ontwikkeling allemaal verschillende zijden van dezelfde medaille zijn?

Als ik kijk naar mijn weg omhoog, kijk ik met zoveel compassie naar mijzelf. En mijn diepste wens is dat anderen net zo naar zichzelf kunnen kijken. Ik hou van mezelf, in elk geval de meeste dagen. Als ik dit verhaal vertel, hou ik zeker van mezelf.

Ik ben creatief. En wat zeg jij over jezelf? Uit welk mantra haal jij je kracht?

Mocht je even niks kunnen bedenken, geloof me: ongeacht hoe diep je dalen zijn of hoe hoog de bergen die je te beklimmen hebt, je kunt het. Jij bent onbeperkt.